28 januari 2026
Barbara Beers is bezig met haar laatste schooljaar als adjunct-directeur op de Kloostertuin voor de Leonardo-afdeling. Suze Barels was tot voor kort werkzaam in het Ondersteuningsteam als senior adviseur Kwaliteit met als specialisme leren en gedrag. Twee pioniers op het gebied van onderwijs aan kinderen met een speciale behoefte: samen blikken ze terug op hun loopbaan en de gebeurtenissen die hen tot hier hebben gebracht.

Suze en Barbara
Grip op de groep
Suze begon haar loopbaan voor de klas. Alleen was dat begin jaren ‘80 nog niet zo eenvoudig: er was een economische crisis en een overschot aan leerkrachten. Wie de Pedagogische Academie (PA) wilde doen, moest er vooral over nadenken wat je daarna zou willen doen, want werk was er niet. Vanuit een landelijke regeling voor werkloze leerkrachten sprokkelde ze haar eerste baantjes bij elkaar als invaller. Daarbij kwam ze terecht op ’De school voor Praktische Vorming’ (het huidige Praktijkonderwijs). Met een goed voorbereid lesplan in het hoofd en een tas vol didactische tools kwam ze er op de eerste dag al achter dat dit niet werkte. Op de derde dag gooide ze alle didactiek over boord en kreeg ze door middel van spel en doe-activiteiten grip op de groep.
Een niet passend systeem
Tijdens haar hele loopbaan heeft ze een zwak gehad voor kinderen die gedwongen worden om mee te draaien in een systeem dat voor hen niet passend is. Vanuit het toenmalige Praktijkonderwijs maakte ze de stap naar het onderwijs voor moeilijk lerende Kinderen (MLK), wat eind jaren ‘90 opging in het huidige SBO. Vlak na de start van de ‘rugzak-regeling’ ging ze als ambulant begeleider aan de slag voor RENN4 (het Regionaal Expertise-centrum Noord Nederland). Zo kwam ze terecht op heel diverse scholen, voornamelijk in Zuid-Oost Drenthe. Toen in 2014 de Wet passend onderwijs van kracht werd, kwam ze bij COG Drenthe (de voorloper van CKC Drenthe) terecht, om scholen te begeleiden bij het vormgeven van onderwijs aan leerlingen die een meer passend onderwijsaanbod nodig hebben.
Niet doorsnee
Ook Barbara kwam na de PA in 1981 voor de klas, in Veendam. Al snel kwam ze erachter dat een rustige klas met makkelijke kinderen niets voor haar was. Vooral kinderen die niet doorsnee zijn wekten haar interesse. Ze kwam na wat omzwervingen terecht op de J. Salomonsschool in Gieterveen. Van daaruit wilde ze wel invallen op De Scharmhof in Assen, maar dat was in 1991 niet toegestaan. De regionale invalregeling was namelijk vooral bedoeld om werkloze leerkrachten in de eigen regio aan werk te helpen. Toch kwam ze uiteindelijk op De Scharmhof terecht. Eerst bij de kleuters, maar daar lag haar talent niet echt. Wél bij leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Zo werd ze IB’er op De Scharmhof.
Oprichting Leonardo-afdeling
Toen in 2009 bij Kindcentrum De Kloostertuin een speciale afdeling voor hoogbegaafde leerlingen werd gestart, moest er een IB’er komen voor deze afdeling. Zo kwam Barbara op De Kloostertuin terecht als IB’er en later als adjunct-directeur. Het werken met hoogbegaafde kinderen voelde voor haar als thuiskomen. Ze herkende in de leerlingen veel van haar jongere zelf. In haar eigen jeugd was de norm ’doe maar normaal’. Ze was op de basisschool vooral een boos kind, dat opviel omdat ze zich met volkomen andere dingen bezighield dan haar leeftijdsgenoten. Ze had zichzelf destijds graag een Leonardo-afdeling gegund, al zouden haar ouders daar nooit in mee zijn gegaan.
Wat is Leonardo onderwijs?
In de eerste jaren werd de Leonardo-afdeling opgezet vanuit het concept van Jan Hendrickx, de grondlegger van het fulltime onderwijsconcept. In de loop van de jaren heeft de afdeling eigen inzichten ontwikkeld in bijvoor-beeld de manier van top-down lesgeven en zijn er andere vakken bij gekomen. Initiatiefnemer Jan Hendrickx noemde het concept naar Leonardo da Vinci. Dit was een man met veel talenten. De namen van de groepen van de Leonardo-afdeling zijn daarvan afgeleid.
Waarom apart onderwijs voor hoogbegaafde kinderen?
Barbara: “Leonardo-kinderen leven vaak helemaal op als ze eenmaal bij ons zijn. Het is voor hen een openbaring om met kinderen in aanraking te komen die op dezelfde manier denken, dezelfde humor delen en een eigen kijk op de wereld hebben.” Ze is dan ook stellig: “Inclusiviteit kan niet bestaan zonder exclusiviteit. Sommige van deze kinderen kunnen zich misschien wel redden in een reguliere klas, door zich aan te passen aan de andere kinderen. Maar ze moeten in eerste instantie leren wie ze zelf zijn. Dankzij deze basis kunnen ze zich in hun latere leven beter tot anderen verhouden, zodat inclusie in hun latere leven wél mogelijk is.”
Suze vult aan dat er een aanbod moet zijn voor álle leerlingen die niet in het standaard onderwijsaanbod vallen. Als dit in een reguliere setting onvoldoende lukt, dan kan een school voor speciaal (basis)onderwijs of een school voor voltijds hoogbegaafden onderwijs een goed en noodzakelijk alternatief zijn.
Hoe verhoudt zich dit tot inclusief onderwijs?
Inclusief onderwijs is een mooi toekomstbeeld, maar het lijkt beide specialisten onmogelijk om alle expertise en zorg van het gespecialiseerd onderwijs in elke basisschool beschikbaar te hebben. Bovendien zal het voorlopig ook nog op andere praktische bezwaren stuiten. Het gaat erom dat we alle verschillende kinderen een zo passend mogelijke plek in het onderwijs willen bieden. Barbara: “Het is fijn dat we een Leonardo-afdeling binnen onze eigen stichting hebben. CKC Drenthe is bereid om hiervoor financiële keuzes te maken en gelukkig is er ook de bereidheid van andere schoolbesturen om in het eerste jaar de financiën over te dragen.”
Dubbel bijzondere kinderen
Sommige hoogbegaafde leerlingen vertonen ook kenmerken van autisme en/of ADHD. Zowel Barbara als Suze stelden al snel vast dat voor deze leerlingen nog specifieker onderwijs en zorg nodig is. Zo stonden zij samen aan de wieg van de UnIQ-afdeling. Rond 2020 is in afstemming met het SWV, het cluster-4 onderwijs en de gezamenlijke gemeenten in Noord- en Midden-Drenthe besloten om een groep voor deze ‘dubbel bijzondere’ kinderen te starten, met inzet vanuit de jeugdwet (Yorneo).
Ondanks een moeilijke start in de coronaperiode heeft UnIQ zich ontwikkeld tot een onderwijs-zorgarrangement voor kinderen die naast hoogbegaafdheid moeilijk-heden ervaren met gedrag, hooggevoeligheid of sociaal-emotionele ontwikkeling. Suze is ervan overtuigd dat het geen optie is om deze kinderen in het reguliere onderwijs te houden: “zonder specialistische zorg zouden deze kinderen thuiszitten”. In de afgelopen vier jaar zijn tientallen leerlingen via de UnIQ-groep doorgestroomd naar het voortgezet onderwijs. Soms naar het speciaal, maar vaak ook naar het regulier onderwijs. In een enkel geval zijn kinderen teruggegaan naar een reguliere vorm van HB-onderwijs. Suze hoopt dat het UnIQ-onderwijszorgaanbod zich in de toekomst verder kan ontwikkelen.
Uitzonderlijk hoogbegaafd
Soms biedt zelfs het voltijds hoogbegaafdenonderwijs niet voldoende uitdaging. Met name voor uitzonderlijk hoogbegaafde (UHB) kinderen met een IQ hoger dan 145 en andere specifieke kenmerken. Voor deze kinderen worden vakken aangeboden zoals ‘leren programmeren’. Er wordt gebruik gemaakt van vrijwilligers en vakspecialisten. Barbara: “Als een UHB-kind bijvoorbeeld wil leren componeren i.p.v. programmeren, dan gaan we op zoek naar iemand die dát kan aanbieden. Zo wordt er maatwerk geleverd.”
Het is voor deze kinderen soms lastig om hun emoties te reguleren, vooral als iets een keer níet lukt. Doorzetten is bijvoorbeeld één van de vaardigheden waar veel aandacht voor is. Barbara denkt dat er nog veel meer uitdagingen liggen, bijvoorbeeld een aanbod op het gebied van Artificiële Intelligentie. Wat dat betreft vindt ze dat ze eigenlijk te vroeg gaat stoppen...
Hoe kijken jullie naar elkaar als professional?
Suze en Barbara hebben veel samengewerkt in de afgelopen jaren. Ze hebben elkaar gevonden in hun voorliefde voor een bepaald type kind. Suze vindt het vooral knap van Barbara hoe ze een lastig gesprek genuanceerd en objectief kan samenvatten. Barbara roemt Suze haar volstrekt eerlijke feedback en het neutraliseren van de emoties die erbij komen als je met deze kinderen werkt. Het is kwetsbaar om naar je eigen handelen te kijken, daarvoor moet je af en toe afstand kunnen nemen.
Wat willen jullie CKC Drenthe voor de toekomst meegeven?
Suze geeft aan dat investeringen in kwaliteit misschien niet direct meetbaar zijn, maar op termijn wel effect hebben op de organisatie. Barbara drukt de CKC-professionals op het hart om aandacht te hebben en houden voor het hoogbegaafde kind!
Netwerk cognitief talent
Naast een aanbod voor hoogbegaafde kinderen heeft CKC Drenthe een aanbod voor hele slimme kinderen in het reguliere onderwijs. Dankzij samenwerking binnen onze stichting in het netwerk ‘cognitief talent’ wordt dit gestimuleerd. Op bijna alle locaties van CKC Drenthe zijn er plusklassen waar de stof wordt versneld of verrijkt. Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met de netwerkleiders:
Mylène Hemmes via m.hemmes@ckcdrenthe.nl of Marjolijn Schurer via m.schurer@ckcdrenthe.nl.